Geschiedenis

Historische hoofdstad van de Kempen

Herentals is de historische hoofdstad van de Kempen. Nochtans duikt de naam 'Herentals', in vergelijking met andere Kempense gemeenten en dorpen, pas vrij laat op in de archiefstukken. Herentals wordt als plaatsnaam voor het eerst vermeld in 1150. Vermoedelijk bezat het kapittel van Bergen (in Henegouwen) toen al een domein in Herentals. De eerste stichtingskern van de stad situeert zich dan ook rond de Sint-Waldetrudiskerk. Door de heropbloei van de handel in West-Europa ontstond er in de twaalfde eeuw geleidelijk ook een nederzetting van handelaars en kooplieden aan de Nete, in het noorden van de stad.

Stad en vrijheid
 
Omdat de belangen van deze twee gemeenschappen voor conflicten zorgden, greep Hendrik I, hertog van Brabant, in en stichtte in oktober 1209 de stad Herentals. De verheffing van Herentals tot stad en vrijheid gaf aan het opkomend stedelijk leven een nieuwe impuls. De ontwikkeling van de nieuwe stad was in het noorden veel sterker dan in het zuiden. Treffende aanwijzingen hiervan zijn de oprichting van het Gasthuis (voor 1253) en het oude begijnhof (voor 1266) aan de Nete.

Stadskeure
 
In 1303 ontving de stad van Hertog Jan II een stadskeure, die als een soort stedelijke grondwet tot aan het einde van het Ancien Régime de basis zou zijn voor de stedelijke administratie, wetgeving en rechtspraak. Op het economische vlak moet Herentals een niet onaanzienlijke positie bekleed hebben in het hertogdom. De middeleeuwse welvaart van Herentals staat in zeer nauw verband met de bloei van de plaatselijke lakennijverheid. Tijdens de periode van hoogconjunctuur (tweede helft van de 14de eeuw) bestreken de Herentalse lakenhandelaars een afzetgebied dat zich uitstrekte over een groot deel van Europa.

Hoofdstad van het markgraafschap
 
De politieke invloed en de culturele betekenis van Herentals liepen parallel met zijn economische machtspositie. De meest markante uiting van politiek prestige kwam ongetwijfeld tot uiting toen Herentals in 1356 tot hoofdplaats van het markgraafschap werd gepromoveerd, ter vervanging van Antwerpen, dat voor vijftig jaar naar het graafschap Vlaanderen werd overgeheveld. Het maatschappelijk aanzien van een stad hing zeer nauw samen met de activiteiten van de gilden en de rederijkerskamers. Herentals had een rederijkerskamer: de Cauwoerde.

Twee nieuwe kloosterordes
 
In de 15de eeuw kwamen in Herentals twee nieuwe kloosterstichtingen tot stand. In 1410 werd het Besloten Hof gesticht, en na de oprichting van de kruisweg van Kruisberg (1461) kwam spoedig een minderbroederklooster (1472) tot stand. Indrukwekkende merktekens van de Herentalse rijkdom uit deze glorierijke dagen zijn de twee resterende stadspoorten (de Bovenpoort en de Zandpoort), de Sint-Waldetrudiskerk (15de eeuw) en de Lakenhal (15de eeuw), die later ingericht werd als stadhuis. Als belangrijke garnizoenstad in de Kempen had Herentals enorm veel te lijden van de talrijke soldatenwoelingen in de 17de en de 18de eeuw. De nijverheden kwijnden zienderogen weg. Het inwonersaantal volgde de economische achteruitgang op de voet.

Het verloop van de krijgsverwikkelingen
 
Door het verloop van de krijgsverwikkelingen van de Boerenkrijg kwam Herentals voor het einde van de 18de eeuw opnieuw op het voorplan. Herentals leverde de befaamde Boerenleider advocaat L.J. Heylen en de slag in de straten van Herentals was het weerzinwekkend hoogtepunt van een week Boerenbezetting.

De negentiende eeuw
 
Tijdens de 19de eeuw herstelde Herentals zich geleidelijk economisch. Enkele belangrijke middelgrote bedrijven (twee lakenfabrieken en ijzernijverheid) kwamen zich in Herentals vestigen. Op het einde van de 19de eeuw werd ook de eerste schoenfabriek opgericht. Dit was de start van de bloei van de Herentalse schoennijverheid, die tot bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zou aanhouden.Heel de 19de eeuw door heeft Herentals de rol van een regionaal centrum (administratief-sociaal-economisch) vervuld voor een streek die hoofdzakelijk van de landbouw leefde. De kleine middenstand van winkeliers en zelfstandigen heeft zich dan ook ingespannen om deze centrale rol van Herentals uit te breiden. De gunstige centrale ligging van de stad moest haar wel tot het verkeersknooppunt van de nieuwe steen-, spoor- en waterwegen maken.

De twintigste eeuw
 
Dit kwam natuurlijk de verdere uitbouw van de centraalverzorgende functies van het oude middeleeuwse stadje ten goede. Deze functies werden in de 20ste eeuw, vooral dan na de Tweede Wereldoorlog, andermaal geïntensiveerd.De relatief geringe oppervlakte van het middeleeuwse stadje (2.933 ha) stelde grenzen aan de economische expansiemogelijkheden. Toch kwam in 1964 een firma van wereldformaat in de voedingsnijverheid (De Beukelaer - Parein) van Antwerpen naar Herentals.
 
Sindsdien hebben de activiteiten van de IOK (de Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen) geleid tot de creatie van de Industriezone Herentals. Deze industriezone is gelegen op het grondgebied van Herentals, Herenthout en Grobbendonk. De totale oppervlakte ervan bedraagt ongeveer 220 hectare, waarvan nog 121 hectare ter beschikking is. Interessant voor de investeerders is wel dat deze industriezone een statuut van nationaal belang heeft. Hierdoor komen nieuwe vestigingen in aanmerking voor maximale staatssteun.
 
Op 1 januari 1977 werd Herentals gefuseerd met Noorderwijk en Morkhoven. Door deze fusie steeg de bevolking in Herentals van ongeveer 18.000 naar 25.000 en vergrootte de totale oppervlakte tot 4.764 hectare. Behalve de naam nam deze nieuwe administratieve entiteit ook het oude Herentalse stadswapen en stadszegel over.