Vraag en antwoord Begijnenvest

De plannen van het stadsbestuur rond de heraanplanting van de Begijnenvest laten niemand onberoerd. De stad gaat hierbij niet over één nacht ijs. De heraanplanting heeft een lange voorgeschiedenis, is uitvoerig bestudeerd, geadviseerd en onderzocht.

De plannen passen ook in een toekomstvisie die veel verder gaat dan het Begijnhof en omgeving. We vinden het daarom belangrijk om alle informatie zo goed en duidelijk mogelijk te delen. Dat doen we op deze pagina.

Wat is het doel van heraanplanting?

Met de heraanplanting herstellen we de Begijnenvest in zijn cultuurhistorische waarde. We zoeken daarbij naar een evenwichten tussen biodiversiteit, erfgoed, groene kwaliteiten, een hedendaags gebruik en beleving voor het begijnhof, het begijnhofpark en de Begijnenvest.

We zetten de Begijnenvest centraal in de beleving van het Begijnhofpark en de historische vesten rond de stad. 

We zorgen zo voor het behoud van een belangrijk stuk stedelijk erfgoed, in harmonie met andere dossiers over de historische vesten, zoals het Europese project “Recapture the Fortress Cities” en de studie rond de ABO-as (Augustijnenlaan, Belgiëlaan en Olympiadelaan).

Hoe kwam de beslissing tot stand?

De beslissing voor de heraanplanting kent een lange voorgeschiedenis van onderzoek en overleg.

Het historisch onderzoek van Jan Cools, de CHE-Analyse van Paul Bellemans (2004) en herwaarderingsplan van het begijnhof (2006) liggen aan de basis.

De visie van een volledige heraanplanting werd het eerst uitgesproken in 2014 door Atelier Parkoer, het ontwerpbureau van het Begijnhofpark. Deze visie werd bijgetreden door het Agentschap Onroerend Erfgoed, het Agentschap Natuur en Bos en het Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete.  De visie werd gedeeld met het bestuur en met de bevolking tijdens wandelingen, participatiemomenten en infosessies.

De visie werd in 2015 besproken in de gemeenteraad, de milieuraad en de Gecoro. Einde 2015 besliste de stad om deze visie uit te voeren. Het ging om een totale vernieuwing door een kappen van de 55 overgebleven bomen (waarvan 6 al ecologisch geveld) en een heraanplant van 200 nieuwe bomen.

In 2017 werd de visie neergeschreven in het beheerplan voor het begijnhof, dat unaniem goedgekeurd werd door het OCMW-bestuur, met een gunstig advies van het schepencollege.

De gevaarlijke situatie van de bomen kwam later aan het licht, met de storm van 2018. Dit aspect versterkte wel de beslissing dat kappen en heraanplanten op deze drukke wandel- en fietsroute de enige juiste beslissing was.

Zijn de bomen gevaarlijk?

In 2014 werd een rapport opgemaakt door de firma Tree Compass. Dit rapport bevatte een overzicht van de gezondheid van de bomen en de nodige maatregelen. Er werd gesnoeid aan het pad van de dreef, zodat er veilig kon gefietst en gewandeld worden. Tussen 2014 en 2018 werden geen bomen geveld omdat de werken van het Begijnhofpark bezig waren.

Tussen het afwerken van het Begijnhofpark (najaar 2017) en het voorjaar 2018 trad er echter behoorlijke stormschade op. Door het openmaken van het park viel een beschermende buffer weg en vele minder gezonde bomen vielen om. Zes bomen moesten extra geveld worden.

Hieruit bleek dat ook bomen die niet als risicovol in de rapporten staan, kunnen omwaaien. Er blijven altijd onvoorspelbare elementen opduiken.

In september 2018 voerde een erkend boomverzorger een visuele boomveiligheidscontrole (een VTA) uit op de bomen. Ook toen werden veiligheidsmaatregelen uitgevoerd. Het ging om een grondig uitgevoerde snoei.

In 2021 voerde een erkend boomverzorger opnieuw een VTA uit. Zo willen we de vitaliteit en levensverwachting van de bomen inschatten. Ook de in het rapport voorgestelde veiligheidsmaatregelen zullen uitgevoerd worden. Aangezien het om bomen van 120 jaar oud gaat, die tot 35 meter hoog zijn, blijft er altijd een veiligheidsrisico bestaan. 

Worden alle bomen van alle vesten gekapt?

Neen.

Elke vest is anders en verdient daarom maatwerk. De stad zoekt daarbij naar het evenwicht tussen erfgoed en natuur. We vertrekken daarbij vanuit studies rond de historische en bestaande situatie. Dat zorgt voor een verschillende aanpak voor de Nonnenvest, de Begijnendreef, de Kattenberg en de omgeving van domein Le Paige.

Deze aanpak kadert in het Europese project “Recapture the Fortress Cities”. Via dit project is de stad zeer grondig aan het nadenken over zijn historische vesten, en willen we een vernieuwende en unieke invulling geven aan de stadsomwalling. Dat vraagt studiewerk, overleg, creativiteit, ... en krachtige beslissingen.

Elk deelluik van de historische vest bestuderen we apart én in het kader van het grotere geheel.

Waarom planten we geen nieuwe eiken tussen de huidige bomen?

We proberen al 25 jaar om tussen de oude bomen nieuwe eiken aan te planten. Dit kent een matig succes. Slechts negen bomen zijn min of meer in de groei, maar ook zij zijn beschadigd door de vallende takken van de grotere bomen.

Het is voor jonge bomen heel moeilijk om te overleven als ze in een volwassen dreef worden geplant. Er is te weinig licht, de grote bomen nemen het meeste water op en de kleine boompjes groeien scheef in hun zoektocht naar licht.

Als we het beschermd stadszicht van de Begijnenvest willen vrijwaren voor het nageslacht, moeten we alle bomen tegelijkertijd aanplanten. De bomen moeten van dezelfde soort, variëteit en leeftijd zijn. Zo herstellen we de esthetische en historische waarde van de dreef, en geven we jonge bomen de beste kansen.

Wat is veranderd aan de plannen na de gemeenteraadscommissie van 29 april 2021?

De gemeenteraadscommisie van 29 april gaf het woord aan

  • Philip Baelus – Arat en architect van het beheersplan
  • Marc De Borgher – Expert van het Departement Onroerend Erfgoed van de Vlaamse Overheid
  • Eddy Vercammen – Boswachter van Agentschap Natuur en Bos: het agentschap heeft in deze een adviserende rol
  • Wim De Baene – Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete (RLKGN)
  • Jos Gysels – werkgroep Natuur en Milieu
  • Hans Van Dyck – onafhankelijk deskundige en professor aan de UCL


De raadscommissie van 29 april 2021 was een informatiesessie over onder meer het beheersplan van het Begijnhof, dat ook het begijnhofpark en de Begijnenvest omvatte. Uit het overzicht bleek dat er de afgelopen jaren verschillende beslissingen zijn genomen als voorbereiding van de heraanplanting van de Begijnenvest. 

Toch kwamen er enkele zeer interessante zaken naar voor die de stad heeft opgenomen in het verdere verloop van het dossier. 

  • Wij zijn op zoek naar een locatie in Herentals waar interessante veteraanbomen in een open laboratorium mogen oud worden.
  • Onder de nieuwe bomen planten we bijkomend 150 struiken (hazelaar, spork en vlier) om de biodiversiteit in de schaduw van de bomen te verhogen. Deze struiken zijn een verstopplaats voor kleine dieren, en leveren elk jaar massa’s hazelnoten op, ideaal voor vogels en kleine zoogdieren.
  • Onder de bomen zaaien we een mengeling van bloemen, wat extra insecten aantrekt.
  • De plantmaat voor de eiken in het beheersplan is 25/30 cm met een hoogte van minimum 4 tot 5 m. In de aanbesteding vragen we ook de meerprijs voor grotere bomen (35/40 cm). Als dit betaalbaar is, planten we mogelijk deze grotere bomen. Het voordeel is dat het historisch zicht sneller hersteld is, het nadeel is dat er de eerste jaren een grotere uitval van bomen is.
  • We leggen de aannemer een onderhoudscontract op van drie jaar. Oorspronkelijk was dat twee jaar. Dit verhoogt de garantie dat de bomen goed gepland zijn. Het onderhoud omvat snoeien, gieten, bemesten en vervangen waar uitval is.
  • Er komt een nieuwe visuele boomveiligheidscontrole (VTA), zodat we de vitaliteit en de levensverwachting van de bomen kunnen inschatten en, indien nodig, extra veiligheidsmaatregelen nemen.

Blijft het park open tijdens de werken?

Ja.

De werfzone is beperkt tot de dreef. Het park blijft open voor wandelaars en fietsers.

Ook de plantengroei in de omgeving wordt beschermd tijdens de werken.

Blijft het wandel- en fietspad?

Ja.

De Begijnenvest is een veelgebruikte route voor voetgangers, rolstoelgebruikers en fietsers. Dit is een goede zaak en wil de stad behouden. Bovendien komen er de volgende jaren in de Burchtstraat en omgeving ongeveer 200 woningen bij. De nieuwe bewoners hebben veel baat bij het gebruik van de dreef als verbinding met het centrum van Herentals.

De huidige wandel- en fietspad blijft dus behouden maar versmalt tot 4 meter. De Atlas van Buurtwegen legt een breedte van 1,75 m op voor dergelijke wegen, maar dat vinden we onvoldoende. Een rolstoelgebruiker en een fietser moeten elkaar minimaal makkelijk en veilig kunnen kruisen.

Er is geen afbakening met de bomen. We herstellen het pad waar het nodig is en leggen een nieuwe toplaag. Er komen ook twee extra zitbanken in de dreef. Het gaat om dezelfde banken als in het begijnhofpark. 

Wanneer worden de werken uitgevoerd?

Het vellen van de bomen gebeurt tussen half september en half oktober, bij temperaturen boven de 10°C. Dat doen we om de vleermuizen zoveel mogelijk te sparen.

Na het vellen worden onmiddellijk de nieuwe bomen geplant.

Welke maatregelen nemen we voor de vleermuizen?

De aannemer moet de vleermuizen opsporen met een bat detector, een endoscoop voor de diepere holtes of een gevoelige warmtecamera. Hij moet twee van deze drie methoden gebruiken, ten laatste 48 uur voor het kappen van de bomen.

Vleermuiskasten in de nieuwe bomen hebben geen meerwaarde. De vleermuizen nemen hun intrek in het bos naast het begijnhofpark.

Welke andere werken worden mee uitgevoerd?

Het talud wordt breder gemaakt en krijgt zo zijn oorspronkelijke vorm terug. Het talud was als aarden wal deel van de middeleeuwse stadsomwalling. De hoogte van het talud blijft hetzelfde. We baseren ons hiervoor op onderzoek van de Universiteit Antwerpen.

Bij de werken nemen we eerst de toplaag weg en plaatsen die nadien terug. Zo bewaren we de typische fauna en flora van de talud.

We verrijken de onderlaag bovendien met struikgewas (hazelaar, spork en vlier) en bloemenzaad.  

Het bestaande wandelpad wordt 4 meter breed.

Het dolomieten pad krijgt een nieuwe bovenlaag.

Er komen twee zitbanken extra in de dreef. Het gaat om dezelfde banken als in het begijnhofpark. 

Wordt er na de aanplant voldoende nazorg voorzien, zodat de aanplant lukt?

Elke boom krijgt drie steunpalen en een watergeefzak. Deze worden verwijderd na het derde groeiseizoen.

De aannemer blijft drie jaar verantwoordelijk voor de bomen en de boomverzorging: ondersteuning, bewatering, snoeien, bemesting, …. Hij moet bomen met problemen onder garantie vervangen tijdens het volgende plantseizoen. Hij snoeit de bomen zodat we op termijn een stam van krijgen van zeven tot negen meter hoog.

Wat is een beheersplan?

Een beheersplan is een langetermijnvisie op het beheer van een beschermd onroerend goed of een erfgoedlandschap. Een beheersplan bevat een historische nota, een inventaris, een beschrijving van de erfgoedwaarden, een visie en een overzicht van de beheersmaatregelen. Na goedkeuring door het Agentschap Onroerend Erfgoed blijft een beheersplan 24 jaar gelden.

Een beheersplan is niet verplicht, maar heeft wel een meerwaarde. Het biedt een leidraad voor het uitvoeren van onderhouds-, herstellings- en opwaarderingswerken. Een beheersplan is ook nodig voor de aanvraag van erfgoedsubsidies.

Als een overheid een beheersplan opmaakt, moet ze voor de afzonderlijke stappen in het plan geen toelating vragen.

Wie heeft meegewerkt aan het beheersplan?

Er werken verschillende partners mee aan het beheersplan.

  • Het beheersplan is opgemaakt door het multidisciplinair studiebureau ARAT Architecten uit Herentals. Zij hebben ervaring en expertise op vlak van restauratieprojecten en monumentenzorg. ARAT Architecten werkte in Herentals al mee aan de restauratie van de stadspoorten en het monument van de Boerenkrijg. Momenteel werken ze ook aan de restauratie van de Lakenhal.
  • Het Agentschap Onroerend Erfgoed is betrokken bij de studie. De goedkeuring van dit agentschap is noodzakelijk.
  • Het Agentschap voor Natuur en Bos is betrokken voor alles wat groen is: het binnenhof van het begijnhof, de bleekweides, de achtertuinen, het begijnhofpark en de Begijnendreef.
  • Er werken verschillende stadsdiensten mee: de dienst omgeving, de technische dienst, de groendienst, ...
  • Kempens Karakter
  • Kerkfabriek
  • Herentalse geschiedkundige kring, via Jan Cools
  • De bewoners van Herentals werden betrokken via inspraaktrajecten.

Wat houdt een beheersplan in voor de dreef?

Het beheersplan van het Begijnhof telt 489 pagina’s. We geven de belangrijkste punten rond de dreef hier mee.

  • Pagina 51 tot 55: historische bronnen vermelden de Begijnenvest als de laatste restanten van de middeleeuwse, volledig beplante, aarden stadsomwalling. Samen met de Nonnenvest vormt de Begijnenvest zo een van de weinige overblijvende voorbeelden van dit verdedigingsstelsel. 
  • Pagina 182 tot 185: erfgoedelementen.
  • Pagina 357: natuurwetenschappelijke waarde
  • Pagina 374 tot 381: specifieke doelstelling voor de Begijnenvest

Kan er voor de Begijnendreef afgeweken worden van het beheersplan?

Neen, maar ...

De visie voor het begijnhof geldt voor 24 jaar. Nieuwe inzichten kunnen leiden tot meerwaarde, maar het kan niet de bedoeling zijn om na drie jaar de volledige visie te wijzigen. De visie is verankerd in het beheersplan. De reden om de Begijnendreef op die manier te herwaarderen, staat nauwgezet in de verslagen en studies gedocumenteerd. We mogen het besluitvormingsproces, de inzichten van het beheersplan en de verantwoordelijkheden voor goed bestuur, niet negeren. 

Het beheersplan bijsturen kan wel. Zo worden de zomereiken vervangen door wintereiken, omdat deze beter bestand zijn tegen de klimaatverandering, of tegen de processierups. 

Waarom wintereiken in plaats van zomereiken?

In het beheersplan staat dat de inlandse zomereik moet aangeplant worden. Dit is gebaseerd op historische gegevens.

De zomereik is echter gevoelig voor processierupsen. Gezien de vele fietsers en wandelaars in de dreef kan dit voor problemen zorgen. 

Wintereiken hebben hier veel minder last van. Bovendien zijn wintereiken beter bestand tegen droogte, en dus klimaatbestendiger. Er zijn slechts zeer kleine verschillen tussen een winter- en een zomereik. Het gaat om:

  • een korte bladsteel bij zomereik en lange bladsteel bij wintereik
  • een lange vruchtsteel bij zomereik en korte bij wintereik

Enkel een kenner kan dit onderscheid maken.

De stad volgt daarom het advies van Natuur en Bos en plant wintereiken.

Kan de beslissing voor volledige heraanplanting herroepen worden?

Neen.

De beslissing is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, onderling overleg en eerdere beslissingen van het stadsbestuur. We willen onze verantwoordelijkheid hier niet in ontlopen. 

In 2018 kwamen de veiligheidsoverwegingen erbij. De ravage na de stormen van 2018 versterkten enkel maar de beslissing dat de heraanplanting de enige juiste beslissing was. Veiligheid is op druk bezochte plaatsen een prioriteit.

Wordt er rekening gehouden met archeologie?

In 2016 stelde een gespecialiseerd bureau een archeologienota op. Die studie geeft aan dat er wellicht weinig waardevolle archeologisch elementen te vinden zijn. Op de begijnenvest is immers nooit bewoning geweest.

Een toevallige archeologische vondst zal natuurlijk wel gemeld worden, met de nodige maatregelen als gevolg.

Hoe wordt het gekapte hout herbruikt?

Er zijn twee mogelijkheden om het gekapte hout te herbruiken: 

  • We kunnen de stammen behouden
  • We zagen de stammen tot planken

We staan open voor suggesties van onze inwoners voor nuttig en duurzaam hergebruik. Zelf dachten we aan nestkasten voor mezen, vleermuiskasten, insectenhuisjes, sleutelhangers,…. We willen hiervoor ook samenwerken met scholen, kunstenaars, verenigingen, handelaars, …

Van welke projecten maakt de Begijnendreef deel van uit?

De Begijnendreef is een deel van het beheersplan van het Begijnhof, dat de volledige heraanplanting bevat. Maar de Begijnendreef is ook onderdeel van het heel wat andere projecten.

Veerkracht in de vallei van de Kleine Nete

De vallei van de Kleine Nete is ongeveer 11.000 hectare groot. Verschillende overheden, natuur- en landbouworganisaties werken samen aan een ambitieus en evenwichtig toekomstproject voor deze vallei. De bedoeling is om de klimaatverandering zoveel mogelijk op te vangen. Door de samenwerking kon ondertussen al meer 6 miljoen investeringen in het gebied worden gedaan.

Meer informatie: www.kleinenete.be

Kroonwerk Herentals

Het project “Kroonwerk Herentals” wil op domein Le Paige opnieuw water binnenbrengen via de Kleine Nete.

Visie en actienota voor de vallei van de Kleine Nete

Deze documenten stellen dat de geschiedenis van het landschap langs de Kleine Nete opnieuw zichtbaar moet gemaakt worden.

Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan Olympiadelaan

Een van de ambities van dit plan is het herstel van de stadsomwalling, waar ook de Begijnenvest deel van uitmaakt.

Landschapsbiografie en -visie Kempense Heuvelrug

In de landschapsbiografie wordt de geschiedenis van het landschap beschreven, en hoe het huidige landschap is ontstaan: van de vroege bewoningssporen 10,000 jaar geleden tot de 20ste eeuw. Er wordt ingegaan op het huidige landschap met aandacht voor natuur, watersysteem, recreatie en cultuurhistorisch erfgoed.

In de landschapsvisie wordt een toekomstbeeld geschetst hoe het landschap zich zou kunnen ontwikkelen. Verder wordt dieper ingegaan op de uitwerking van de landschapsvisie. 

De landschapsbiografie en -visie verschijnt in de loop van 2021 in boekvorm.

Recapture the Fortress Cities

Het Europese project Recapture The Fortress Cities wil de oude vesten terug van steden in de kijker. Het project loopt in België, Tsjechië, Slowakije, Duitsland, Roemenië en Griekenland. In België gaat het om projecten in Herentals, Dendermonde, Mechelen, Lier, Lillo en Zandvliet.

Beheersplan Le Paige

Het beheersplan van Le Paige schetst een ambitieuze toekomst voor het kasteel en domein.

Open Oproep site Koetshuis

De nieuwe kerk aan het Koetshuis van Le Paige legt een architecturale link met de verdwenen vestingstructuur. Het ontwerp bouwt verder op de  visie van BRUT en LAMA en gaat op een respectvolle manier om met de restanten van de stadsomwalling. 

Een groot aantal bomen is nog in perfecte staat en kan nog lang overleven

Voor zover we kunnen nagaan, werd de Begijnendreef aangeplant in het begin van de negentiende eeuw. Het ging toen om vier rijen van ongeveer 200 bomen. De dreef werd op het einde van de negentiende eeuw trouwens ook opnieuw beplant.

In 2014 ondergingen de bomen een grondige inspectie. Op dat ogenblik stonden er 79 eiken, waarvan er 65 levensvatbaar waren.

Na een nieuwe controle in 2018 stonden er nog 57 levende bomen, waaronder 9 jonge exemplaren die de voorbije 30 jaar werden aangeplant.

In 2021 zijn er nog 48 oude eiken in leven. Twaalf van deze bomen zijn door honingzwam aangepast, waardoor ze ten dode zijn opgeschreven.

Aantal levende bomen in de Begijnenvest

We hebben geen andere, vroegere tellingen van het bomenbestand. We gaan daarom uit van een hypothetische, lineaire afname tussen 1920 tot de telling in 2014. De reële cijfers vanaf 2014 tonen een zeer scherpe en versnelde daling van het aantal levensvatbare bomen. Als deze daling zich blijft doorzetten, dan zijn er mogelijk tegen 2030 geen levende bomen meer op de Begijnenvest. 

Belangrijk daarbij is dat een perfect gezonde boom op heel korte termijn kan aftakelen. Bomen die in 2014 nog gezond waren, waren in 2018 ten dode opgeschreven. En enkele bomen die in 2018 nog perfect gezond waren, zijn tijdens stormweer de volgende jaren omgevallen.

De reden? Bomen staan enorm onder stress. Bomen in heel Vlaanderen ervaren deze stress. De belangrijkste reden is de combinatie van stikstof, hogere temperaturen en lager grondwater. De grote hoeveelheid stikstof in de lucht zorgt voor een superbemesting van de bodem. Bomen worden hierdoor geforceerd om sneller te groeien. Hierdoor gaan ze meer grondwater gebruiken, terwijl het grondwater net lager staat. Dit grondwater verdampt trouwens sneller door de hogere temperaturen.

Het gevolg hiervan is dat de sapstroom en de fotosynthese van de bomen verstoord is. Zo komt de boom onder stress te staan. Bomen beginnen sneller te groeien, waardoor ze sneller verouderen. Hun bladerdak wordt dunner, waardoor ze minder schaduw geven. Hierdoor stijgt de temperatuur. Een vicieuze cirkel.

Dit is de harde realiteit in bos- en natuur. In steden is echter nog erger. Zo ook op de Herentalse Begijnenvest. Net daarom ijvert het beheersplan voor nattere gronden in de omgeving, bijvoorbeeld via de herstelwerken van de Maas- en Hellekensloop. Ook in andere plannen streven we naar natuur en water in de structuur van de stad.

Een dikke boom neemt meer CO² op dan een dunne boom

Ja, dat klopt. 

Echter, bomen kunnen enkel koolstof opnemen wanneer ze groeien. De bomen van de Begijnenvest zijn volgroeid. Ze worden dus niet meer dikker, en nemen dus ook geen CO² meer op.

Een boom is op zich C0²-neutraal. Alle CO² die een boom opneemt terwijl hij groeit, geeft hij na zijn afsterven opnieuw af. Om dus zoveel mogelijk C0² te kunnen opslaan, kunnen we best de huidige CO²-rijke bomen vellen en het hout duurzaam herbruiken. De nieuw aangeplante bomen kunnen dan beginnen met het stockeren van nieuwe CO².

Wat met de complexe natuurgemeenschap op, rond en onder de bomen?

Een boom is een traag groeiend levend organisme. Door de jaren groeit er een leefgemeenschap van insecten, dieren en planten, op, onder en rond de boom. Het kappen van bomen heeft een invloed op deze leefgemeenschap. Dit klopt volledig in een bos of in een natuurgebied. In een dreef in een stedelijk gebied is dit minder van toepassing.

In een stad is de bodem anders samengesteld dan in een bos of natuurgebied. We vinden er klinkers, beton, straatlampen, gebrek aan rust, luchtvervuiling, minder grondwater, ... Het beheersplan van het begijnhof wil biodiversiteit stimuleren. De vele bloemen en planten in het begijnhof zijn hier het resultaat van. We laten ze groeien door ze minder te maaien, waardoor er ook meer insecten in kunnen leven. De herstelling van de Hellekensloop en de Maasloop moeten meer water naar het park brengen. Vleermuizen, vogels en insecten hebben hierdoor de nodige uitwijkmogelijkheden gekregen naar natuur in de buurt. We planten ook opnieuw heesters, spork, bramen en bloemenzaad op de begijnenvest.

De grondlaag van de begijnenvest wordt voor de kap verwijderd en nadien terug geplaatst. Zo wordt de grondlaag zoveel mogelijk beschermd.

Vooral oude bomen zijn ­natuurlijke airco’s.

Inderdaad. Hoe groter het bladerdek van een boom, hoe effectiever de boom werkt als airco.

Echter, bij aftakelende bomen neemt het bladerdek sterk af. De bomen van de begijnenvest zijn de afgelopen jaar meer en meer aan het aftakelen. Het bladerdek wordt steeds kleiner, waardoor de functie als airco afneemt.

Waarom geen experimentele labo-aanpak met veteraanbomen?

Heel wat projecten met veteraanbomen bevinden zich in een park, een open landschap of een weinig toegankelijk bos. Ook in Herentals zijn er op dit moment al een aantal plaatsen waar oude bomen staande mogen sterven.

De afgelopen 30 jaar is er al geëxperimenteerd in de begijnenvest. De aanplanting van 35 jonge bomen tussen de bestaande bomen was echter geen succes. Slechts 9 bomen zijn overgebleven. Jonge eiken inplanten tussen oude eiken leidt meestal tot slechte resultaten. Verder staan op de begijnenvest bomen soms maar 5 meter uit elkaar. Een nieuw plantgat zal daarom de wortels van de bestaande bomen beschadigen. Bovendien worden jonge bomen dikwijls beschadigd door vallende takken van de oudere bomen.

Soms wordt de dreef aan de abdij van Tongerlo, die 343 jaar oud is, aangehaald als voorbeeld van geslaagd veteraanbomenbeheer. Er zijn echter grote verschillen met de Begijnendreef:

  • Een lindeboom is veel makkelijker en drastisch te snoeien dan een eikenboom.
  • De lindebomen liggen niet op een druk wandel- of fietpad, de eiken van de Begijnenvest wel.
  • De bomen in Tongerlo zijn 25 meter hoog, die van de Begijnenvest 30 tot 35 meter hoog. Hoge bomen zijn gevoeliger voor wind, waardoor er meer risico is op vallende takken. Bij stormweer moet de Begijnenvest daarom regelmatig worden afgesloten om de veiligheid van fietsers en voetgangers te garanderen.

Het beheersplan wil een duurzame, biodiverse dreef creëren als overgang van stad naar natuur, via het begijnhofpark, naar de Hellekens, het Olens Broek, de Netevallei en de Kempische Heuvelrug. Dit plan is een schakel in een visie die al twintig jaar oud is. Dit is op zich al een zeer bijzonder experiment, dat als doel heeft de biodiversiteit in onze stad te versterken. 

We erkennen dat in een eerste fase, bij het vellen van de bomen, er een verlies aan biodiversiteit is. Dit verlies vangen we op met flankerende maatregelen. We erkennen ook dat het vellen van de bomen voor sommige mensen emotioneel is. Maar de ecologische, esthetische en belevingswaarde zal zeer snel hersteld worden, met binnen 15 tot 20 jaar een rijkere biodiversiteit tot gevolg.

Save The Dreef?

Veel mensen voelen zich verknocht met de dreef. Dat is de laatste maanden gebleken.

We willen de dreef redden voor de volgende generaties. Deze unieke historische locatie is enkel te redden als we ze volledig opnieuw aanplanten. Doen we dat niet, dan bewaren we misschien een aantal oude bomen, maar niet de bijzonder waardevolle, monumentale, beschermde, prominente, cultuurhistorische dreef van het Begijnhofpark.

Deze heraanplanting is het eerste puzzelstuk in het opwaarderen van de hele vestenstructuur, waar elk stukje zijn eigen studie en zijn eigen aanpak zal genieten.