Deontologische code van de gemeenteraad

Hoofdstuk 1: Het statuut van de code

Artikel 1
De 'deontologische code voor lokale mandatarissen ', hierna deontologische code genoemd, omvat het geheel van beginselen, gedragsregels, richtlijnen en principes dat de lokale mandatarissen tot leidraad dient bij de uitoefening van hun mandaat en bij dienstverlenende activiteiten ten behoeve van de bevolking.
De 'lokale mandatarissen' zijn:
- de burgemeester;
- de schepenen;
- de gemeenteraadsleden;

Artikel 2
De deontologische code is bij uitbreiding eveneens van toepassing op de medewerkers van de in artikel 1 bedoelde lokale mandatarissen, welke ook hun statuut of hoedanigheid zij (persoonlijke medewerkers, kabinets- en fractiemedewerkers, de leden die op voorstel van de fracties door de gemeenteraad worden aangeduid in de toezichts- en raadplegingscommissies en in de andere organismen waarin de stad vertegenwoordigd is), evenals op derden, handelend in opdracht van de lokale mandataris.
Lokale mandatarissen die volgens een beslissing van de gemeenteraad of van de raad van het OCMW andere mandaten bekleden, zijn er in die hoedanigheid eveneens toe gehouden de bepalingen van de deontologische code na te leven.
Zij zullen er ook over waken dat zij, ook buiten het kader van deze mandaten, geen dienstverlenende activiteiten ontplooien die afbreuk doen aan de eer en de waardigheid van hun ambt.

Artikel 3
De in de deze code gehanteerde begrippen 'burger ' en 'bevolking' moeten zo begrepen worden dat zij ook slaan op groepen, verenigingen, bedrijven en andere organisaties of entiteiten die particuliere belangen nastreven of behartigen.

Hoofdstuk 2: algemene plichten, doelstellingen en uitgangspunten

Artikel 4
De lokale mandatarissen zullen voor de omschrijving van hun dienstverlenende activiteiten geen termen gebruiken die verwarring kunnen scheppen met officiële, door de overheden ingestelde instanties die informatie verstrekken of klachten behandelen, dus bijvoorbeeld niet de termen 'ombudsman', 'ombudsvrouw', 'ombudsdienst', 'klachtendienst', 'klachtenmanagement ' of andere vergelijkbare samenstellingen met 'ombud' en 'klacht'.

Artikel 5
Bij hun optreden op en buiten het lokale bestuursniveau (gemeente en OCMW) en in hun contacten met individuen, groepen, instellingen en bedrijven, geven de lokale mandatarissen te allen tijde en principieel voorrang aan het algemeen boven het particulier belang. Zij zien er in het bijzonder op toe elke vorm of schijn van belangenvermenging te vermijden.

Artikel 6
Iedere vorm van dienstverlening, informatiebemiddeling, doorverwijzing of begeleiding gebeurt zonder enige materiële of financiële tegenprestatie van welke aard of omvang ook en mag geen enkele vorm van cliëntelisme inhouden.

Artikel 7
De gemeenteraadsleden moeten op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste staan van alle burgers die op hun dienstverlening een beroep doen, zonder onderscheid van geslacht, ras, huidskleur, afstamming, sociale stand, nationaliteit, filosofische overtuiging, partijvoorkeur of persoonlijke gevoelens jegens hen.

Artikel 8
Tussenkomsten bij gerechtelijke en politionele instanties om de juridische besluitvorming in individuele dossiers te beïnvloeden, bijvoorbeeld om een proces-verbaal te laten seponeren, zijn verboden.

Hoofdstuk 3: specifieke bepalingen

Afdeling 1: Het gemeenteraadslid als informatiebemiddelaar en doorverwijzer

Artikel 9
Het behoort tot de wezenlijke taken van de lokale mandataris informatie te ontvangen en te verstrekken, in het bijzonder over de diensten die instaan voor informatieverstrekking en over de manier waarop de burger zelf informatie kan opvragen in het kader van de openbaarheid van bestuur.

Artikel 10
De gemeenteraadsleden kunnen informatie ter beschikking stellen over de werking van ombudsdiensten en de diensten die instaan voor het behandelen van klachten van de burger over het optreden van de overheid. Tevens verstrekken ze informatie over bestaande informatiediensten waar de burger voor informatie terecht kan.

Artikel 11
Bestuurlijke en gerechtelijke informatie waarop de vraagsteller geen recht heeft, die de goede werking van de administratie of het gerecht kan doorkruisen of die de privacy van anderen in het gedrang kan brengen, mag door de gemeenteraadsleden niet worden doorgegeven.

Artikel 12
In het kader van hun publiek mandaat kunnen lokale mandatarissen de rol van vertrouwenspersoon vervullen. Zij nemen daarbij de nodige discretie in acht.

Artikel 13
De gemeenteraadsleden proberen, waar mogelijk, vraagstellers door te verwijzen naar de geëigende diensten van de administratie, het gerecht, enz. zoals bijvoorbeeld de ombudsdiensten en informatieambtenaren die van overheidswege ingesteld zijn om de problemen van de vraagstellers op te lossen, of naar particuliere en overheidsdiensten die professioneel gespecialiseerd zijn in het oplossen van de opgeworpen problemen.

Afdeling 2: Het gemeenteraadslid als administratieve begeleider en ondersteuner

Artikel 14
Gemeenteraadsleden kunnen de burgers ondersteunen en begeleiden in hun relatie met de administratie of met betrokken instanties: zij kunnen de burgers helpen om, via de daartoe geëigende kanalen en procedures, een aanvraag te richten tot de overheid, informatie te verkrijgen over de stand van zaken van een dossier, daarover verdere uitleg en verantwoording te vragen, en voorafgaande vragen te stellen over de administratieve behandeling van dossiers.

Artikel 15
Omdat steeds meer overheidsdiensten en gespecialiseerde diensten een ombudsdienst of klachtendienst hebben ingesteld ter oplossing van conflicten, moeten de gemeenteraadsleden de burger in eerste instantie doorverwijzen naar de bevoegde ombuds- of klachtendienst.

Artikel 16
Gemeenteraadsleden hebben het recht vragen te stellen naar concrete toelichting bij de bestaande regelgeving of een genomen beslissing, naar de stand van zaken van een dossier of de verantwoording voor het niet beantwoorden van vragen door de burger gesteld.

Artikel 17
Bij de administratieve begeleiding en ondersteuning van de burgers respecteren de lokale mandatarissen de onafhankelijkheid van de diensten en van de ambtenaren, de objectiviteit van de procedures en de termijnen die als redelijk moeten worden beschouwd voor de afhandeling van soortgelijke dossiers.

Artikel 18
De briefwisseling met de overheid, gevoerd in het kader van de administratieve begeleiding en ondersteuning, wordt uitsluitend op naam van de burger gesteld. Er wordt op geen enkele wijze melding gemaakt van de begeleidende en ondersteunende rol van de lokale mandata-ris.

Afdeling 3: Tussenkomsten

Artikel 19: bespoedigingstussenkomsten
Bespoedigingstussenkomsten zijn tussenkomsten waarmee lokale mandatarissen een administratieve procedure proberen te bespoedigen in gevallen of in dossiers die zonder die tussenkomst een regelmatige afloop of resultaat zouden krijgen, maar dan na verloop van een langere verwerkings- of behandelingstermijn.
Dergelijke tussenkomsten, die een ongelijke behandeling van de betrokken burgers inhouden, zijn verboden.
Worden niet beschouwd als bespoedigingstussenkomsten en zijn daarom toegestaan:
- vragen naar de redenen en oorzaken van de langdurige of laattijdige behandeling van een dossier;
- het vestigen van de aandacht op of het meedelen, aan de behandelende ambtenaar of dienst, van bijzondere gegevens en relevante informatie die een versnelde behandeling van het dossier, gelet op de hoogdringendheid ervan, objectief rechtvaardigen vragen om toelichting bij de toepasselijke regelgeving;
- vragen met betrekking tot de aan een genomen beslissing ten grondslag liggende elementen en motieven.

Artikel 20: begunstigingstussenkomsten
Begunstigingstussenkomsten zijn tussenkomsten waarbij de lokale mandataris zijn voorspraak aanwendt om de afloop of het resultaat van een zaak of van een dossier te beïnvloeden in de door de belanghebbende burger gewenste zin.
Dergelijke tussenkomsten zijn verboden.

Artikel 21
Tussenkomsten bij selectievoerende instanties, die tot doel hebben het verhogen van kansen op benoeming, aanstelling en bevordering in de administratie, zijn verboden.
Lokale mandatarissen die om steun gevraagd worden door of voor kandidaten die een functie, aanstelling of bevordering ambiëren, delen betrokkene mee dat de aanstelling, de benoeming of de bevordering gebeurt op basis van de geldende normen en procedures. Zij verwijzen de belanghebbende naar de bevoegde dienst of instantie.
Lokale mandatarissen mogen occasioneel en op eigen initiatief personen aanbevelen bij werkgevers in de particuliere sector. Ze mogen geen enkele tegenprestatie, van welke aard ook, beloven of leveren aan de betrokken werkgevers.

Artikel 22
Worden niet beschouwd als begunstigingstussenkomsten en zijn daarom toegestaan:
- het inwinnen en verstrekken van informatie en inlichtingen over de modaliteiten, voorwaarden en organisatie van selectieprocedures, examens, geschiktheids- en bekwaamheidstests en de procedures inzake benoemingen, aanstellingen en bevorderingen;
- het uitoefenen van toezicht op het correcte verloop en de objectiviteit van de in het vorig lid bedoelde procedures, examens en tests, zonder zich in het verloop ervan te mengen of er in te interveniëren met het oog op de beïnvloeding van het resultaat en/of van de beoordeling;
- het informeren van belangstellenden met betrekking tot werkaanbiedingen en vacatures in de particuliere en in de overheidssector.

Afdeling 4: Onrechtmatige en onwettelijke voordelen

Artikel 23
Elke poging tot bevoordeling, waarbij de burger door toedoen van een gemeenteraadslid iets probeert te bereiken wat onrechtmatig of wettelijk niet toelaatbaar is, is verboden.

Artikel 24
Tussenkomsten van gemeenteraadsleden met de bedoeling de toewijzing of uitvoering van contractuele verbintenissen met de overheid te beïnvloeden, zijn verboden.

Afdeling 5: Schijndienstbetoon en ongevraagd dienstbetoon

Artikel 25
Alle vormen van schijndienstbetoon, waarbij de gemeenteraadsleden bewust maar onterecht de indruk wekken dat zij bij de goede afloop van een dossier daadwerkelijk tussenbeide gekomen zijn (eventueel zonder dat de betrokken burger om een tussenkomst heeft gevraagd) zijn niet toegestaan.
Wanneer een burger daar niet om heeft gevraagd, zal het gemeenteraadslid hem niet aanschrijven om hem, in plaats van of naast de officiële kennisgeving, op de hoogte te brengen van de beslissing die genomen werd in een dossier.

Artikel 26
Alle vormen van ongevraagd dienstbetoon, waarbij gemeenteraadsleden wel degelijk daadwerkelijk optreden om de goede afloop van een dossier te waarborgen, maar zonder dat de betrokken burger daarom gevraagd heeft, zijn niet toegestaan.

Afdeling 6: Bekendmaking dienstverlening

Artikel 27
Het gemeentebestuur zal op geregelde tijdstippen de lijst van alle gemeenteraadsleden met hun contactadressen bekendmaken bij de bevolking.
Zij kunnen, aanvullend op de informatieverstrekking door de lokale overheid, bekendheid geven aan hun bereikbaarheid voor de bevolking. Deze informatieverstrekking wordt beperkt tot het bekendmaken van één of meer contactadressen, naam en mandaat van de gemeenteraadsleden, spreekuren, telefoon- en faxnummer en e-mailadres. In ieder geval kan er geen melding worden gemaakt van de aard van de dienstverlening waarin zij eventueel gespecialiseerd zijn.
Die regels gelden niet voor ledenbladen van politieke partijen of eigen politieke publicaties. Publiciteit voor dienstverlening is niet toegestaan op lokale en regionale radiozenders en op televisiezenders.

Artikel 28
De gemeenteraadsleden maken in hun verkiezingscampagnes en -mailings die gericht zijn op individuen, geen melding van de diensten die zij eventueel voor de betrokkenen hebben verricht. In geen geval mogen zij de indruk wekken dat zij om steun vragen in ruil voor bewezen diensten.

Hoofdstuk 4: naleving, controle en sanctionering

Artikel 29
De lokale mandatarissen verbinden zich ertoe onderhavige deontologische code na te leven.

Artikel 30
De burgemeester, het college van burgemeester en schepenen nemen de nodige maatregelen opdat de dossierbehandelende ambtenaren alle tussenkomsten, welke ook de aard van de tussenkomst of de hoedanigheid van de interveniënt zij, opnemen in het desbetreffende administratieve dossier.
De behandelende ambtenaar deelt de interveniënt mee dat de tussenkomst bij het dossier zal worden gevoegd.
Worden niet beschouwd als tussenkomsten die in het administratief dossier moeten opgenomen worden:
- louter informatieve vragen van algemene of technische aard;
- vragen en/of tussenkomsten van uitvoerende mandatarissen in het kader van hun functionele en hiërarchische relaties ten aanzien van de behandelende ambtenaren of diensten.

Artikel 31
Er wordt in de gemeenteraad een deontologische commissie ingesteld die waakt over de naleving van de deontologische code. De deontologische commissie is onderdeel van de commissie algemene zaken en veiligheid.
Ambtenaren of andere personen die geconfronteerd worden met een inmenging van een mandataris of derde die zij in strijd achten met deze deontologische code, wordt verzocht hiervan binnen tien dagen melding te maken bij de gemeentesecretaris. Kopie van de melding wordt onverwijld ter kennis gebracht van het betrokken raadslid.
De gemeentesecretaris legt de in het tweede lid omschreven meldingen voor aan de deontologische commissie van de gemeenteraad binnen zestig dagen na ontvangst. De commissie onderzoekt die meldingen op hun gegrondheid en verklaart de anonieme klachten onontvankelijk. Daarbij moet het recht van verdediging van het betrokken raadslid worden gevrijwaard. Uitspraak moet geschieden binnen zestig dagen na ontvangst.
Stelt de deontologische commissie bij tweederde meerderheid van haar leden een inbreuk op de deontologische code vast, dan wordt een publieke afkeuring van de handelwijze van de met name genoemde mandataris uitgesproken.

Hoofdstuk 5: datum van inwerkingtreding en evaluatie

Artikel 32
De code treedt in werking de dag na goedkeuring in de gemeenteraad.